Posts tonen met het label boeddhisme in Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhisme in Nederland. Alle posts tonen

dinsdag 14 oktober 2014

Waarom heet de opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger bij de V.U. eigenlijk een ambtsopleiding? - En wat kan je er mee, buiten de bak?

Als de aankondigingen kloppen, is in de september de
'Eenjarige postdoctorale ambtsopleiding boeddhistisch chaplain'  gestart.
Een mondvol, het gaat om de BGVer, zo blijf ik hem/haar/het (want het is een virtueel figuur, ik weet niet hoeveel masters de studie zijn gestart) maar noemen.
Zie Overzicht vakken en Invulling opleiding

Eén van onderdelen heet "Leeronderzoek: Leiderschap in een multireligieuze context en interreligieuze communicatie "
Ik heb grote twijfel over de zin van zoiets als 'spiritueel leiderschap' en nog meer van 'boeddhistisch leiderschap'. Ze zeggen er het volgende van:
"Inhoud vak
In dit leeronderzoek wordt gekeken naar de invloed van leiderschap op community building in een multireligieuze context. Centraal daarbij staan persoonlijke en interpersoonlijke kwaliteiten die van belang zijn voor effectief leiderschap. De theorie over interculturele en interreligieuze communicatie volgens het Topoi-model sluit hierop aan door niet alleen de cultuur maar met name de interpersoonlijke communicatie als vertrekpunt te nemen. Voor specifiek boeddhistisch geïnspireerde vormen van leiderschap en "sanga-building" binnen een westerse en tevens interreligieuze context wordt aangehaakt op het werk van Bernie Glassman en Thich Nhat Hanh.
"

Dat zal me een dynamiek geven over een jaar, met de leiderschap uitoefenende afgestudeerden.

De pdf meldt verder o.a.: "Studenten nemen op 3 oktober in Loenen deel aan een studiedag rondom dit thema. Overige deelnemers aan deze studiedag zijn Boeddhistische Geestelijke Verzorgers DJI, hun mentoren/dharmaleraren, leden van de Boeddhistische Zendende Instantie en een aantal andere genodigden."
Ik heb (kort van te voren) studieleider Stef Lauwers geschreven dat het een aardig idee zou zijn (geweest), mij gezien mijn grote betrokkenheid bij deze opleiding (zie M'n VU-blogs ) daarvoor ook uit te nodigen, en mailde verder: "Ik krijg de indruk dat de opleiding meer op de BGVer bij Justitie dan in zorginstellingen gericht is.
Een opmerking wat dat betreft over de BZI, echt een Justitie-instrument. In enkele van mijn blogs heb ik uiteengezet dat er voor boeddhistisch geestelijk verzorgers niet alleen de BZI is als 'zendende instantie'. Zoals ik eerder schreef  De faculteit der godgeleerdheid kan nu definitief beter de kaarten zetten op het fenomeen 'ongebonden spiritualiteit ' en 'ongebonden geestelijke verzorging ', zoals beschreven in de 'Nota van de Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging' en door mij in m'n blog van oktober 2013 samengevat.
Een goede studiedag toegewenst, ik hoop dat er een openbaar verslag van komt
."
De uitnodiging is niet gekomen, het verslag kan nog komen. Dat zou wel goed zijn, het gebeurt allemaal wel erg intern, om het aardig te zeggen. Ik ga het ze nog eens vragen.


Mijn zorg betreft vooral de werkgelegenheid van afgestudeerde chaplain's in de gezondhedszorg, bij Justitie is het duideljk, al zal daar eerder van krimp dan van groei sprake zijn.
Maar of chaplains kans zien zich in de zeer krappe markt in de zorg te mengen, is de vraag.
Zeker gezien onderstaand bericht.

" POSITIE GEESTELIJK VERZORGER VERSLECHTERT

Er is steeds minder ruimte voor geestelijk verzorgers in de zorg. Dat stelt Simon Evers, voorzitter van de Vereniging van Geestelijke Verzorgers in Zorginstellingen (VGVZ). Hij hield een lezing over dit thema tijdens een symposium over de toekomst van de geestelijke verzorging in Groningen.

Inleveren
Evers ziet een terugloop van werkplaatsen voor geestelijk verzorgers en wijt dit aan fusies, bezuinigingen, veranderingen in de zorgwetgeving en de “kerkelijke kaalslag”. Steeds minder geestelijk verzorgers krijgen een fulltime-baan en vaak moeten uren worden ingeleverd. Er werken nu nog zo’n achthonderd geestelijk verzorgers in een zorginstelling.

Zorgwetten
Evers ziet een aantal oorzaken voor de terugloop. De overheid wil een forse vermindering van het aantal ziekenhuizen en instellingen, wat leidt tot fusies. Dit heeft directe gevolgen voor de arbeidsplaatsen. Daarnaast wordt verwacht dat meer zorg in de thuissituatie plaats gaat vinden, met de veranderende zorgwetten.

Onderzoek
Volgens Evers is er in de beroepsgroep te lang gerekend op steun van zendingsorganisaties en kerken. Daardoor is er niet voldoende benadrukt wat voor belangrijke rol de geestelijk verzorger heeft in het herstelproces van patiënten, waardoor dit nu wordt onderschat. De voorzitter van de VGVZ zou graag zien dat er uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar het belang van de geestelijk verzorger. Het moet makkelijker worden om aan te tonen wat de meerwaarde is voor de genezing en het welzijn van patiënten. Dit sluit volgens Evers ook aan bij wat het Europees verband van geestelijk verzorgers vraagt.
"
Bron: 'Cvandaag'  via  'NieuwWij'

Tot zover dit citaat. Weinig hoopvol. Wat het 'Europees verband' vraagt, weet ik niet.


O ja, waarom heet het eigenlijk 'ambtsopleiding'?
Omdat 'gebruik' wordt gemaakt van een subsidieregeling die eigenlijk bestemd is voor dominees (protestantse leraren dus), en die worden vaak 'ambtsdragers' genoemd. Maar boeddhistisch geestelijk verzorgers aka chaplains zijn geen leraren, dat is de BUN-leden destijds verzekerd.
En ik blijf er problemen mee hebben dat de feitelijke secretaris van de BZI Justitie-ambtenaar is.



vrijdag 3 oktober 2014

Met pensioen gaan als boeddhist, ook voor leraren ?

Deze zomer kwam ik - na reflectie op ruim tien jaar vipassana-meditatie - tot ontdekking dat ik niet meer hoef te veranderen, transformeren of hoe het doel van mediteren ook genoemd wordt. Het is goed zoals ik nu ben. Even (?) geen formele meditatie of retraites meer.
Bij vipassana gaat het om het bereiken van inzicht(en); en mijn heldere plotselinge inzicht deze zomer was: ik ben onvolmaakt, maar klaar, in spirituele zin.

Dit is het, dit is mijn pad geweest. Ik hoef niets meer te bereiken, geen Bodhisattva, 'Stroombetreder' of 'Arhat' worden. Niet meer  Nana's  proberen te bereiken, geen verdere  Zuiveringen ; niet meer  Banden (fetters, samyojana)  proberen los te krijgen.

Niet nog verder proberen 'de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn', zoals ik het zelf het liefste formuleerde. Over dit 'doel' heeft Jayarava - één van de beste boeddhistische en boeddhologische schrijvers die ik ken - verleden week behartenswaardige dingen gezegd in z'n blog  'The Nature of Reality? ' . Dit gaat over een variant van mijn formulering, over de zogeheten 'ultieme werkelijkheid'. Opvallend, zegt hij: we verkopen het Boeddhisme in termen van absoluutheden; we vertellen mensen dat als zij de ultieme aard van de werkelijkheid willen ontdekken, wij ze kunnen helpen. Vervolgens gaat hij na wat ervaren meditatoren en wat boeddhistische teksten hierover zeggen. Het blijkt dat het dan helemaal niet gaat om de ultieme aard van de werkelijkheid. Zie z'n samenvatting hieronder.

Anders gezegd: ik ga als boeddhist met pensioen, ik werk niet meer aan mezelf, ik ben klaar voor de dood, al mag die wat mij betreft nog wel even wegblijven, daar gaat het niet om.

====================================================================

Deze week verbaasde ik me weer eens over de leeftijd van de boeddhistische leraren in Nederland. Sommige van hen zijn nog ouder dan ik (75+)
Waarom stoppen ze er niet mee en laten jongeren als leraar optreden?
Los van hun onmisbaarheid is er waarschijnlijk het argument dat wijsheid groeit met de leeftijd. Een Aziatische gerontocratie van het boeddhisme dus. Nu heb ik veel respect voor de ouderdom (ook uit eigenbelang om me een grapje te permitteren) maar hoort een facet van het Westerse boeddhisme ook niet te zijn, dat Westerlingen het fenomeen 'pensioen' kennen?
Je hoeft toch niet persé tot je dood door te gaan met je functie van leraar? Je kan je op een gegeven moment toch terugtrekken en hoogstens nog sporadisch belangeloze wijze adviezen te geven (belangeloos kan bijvoorbeeld betekenen: hef de organisatie waar ik m'n leraarsleven lang aan heb gewerkt, maar op)?

Jotika Hermsen, Ton Lathouwers, Nico Tydeman en nog een paar zijn al heel, heel lang leraar.
Moeten ze ook niet gaan proberen, hun leerlingen los te laten?
Een dan heb ik nog niet eens over de buitenlandse 'bekende boeddhisten' die regelmatig naar Nederland komen om nog eens hun boodschap te brengen, vooral de Tibetaanse leraren dus, hun leeftijden ken ik niet, ze schijnen allemaal tulku te zijn.
Dat brengt me bij Han de Wit (en die is met z'n 70e nog maar een jongentje). Zie m'n blog van 15 juni . Hem schreef ik "Verder zou ik zeggen: gefeliciteerd Han. Je kan nu eindelijk volwassen worden. Loskomen bijvoorbeeld van je eerste leraar Chögyam Trungpa (die van de 'crazy wisdom' waar je weinig van hebt, en die niet van de drank en de vrouwen af kon blijven);
en vrij van je tweede leraar Sakyong Mipham (de zoon van, hoe toevallig), die je bracht tot uitspraken over de 'verlichte samenleving' (al weer voorbij, mag ik hopen, die uitspraken dan).
Laat Shambhala achter je en wordt ook ongeorganiseerd boeddhist, je bent er aan toe !
"

Een dominee gaat toch ook met pensioen, dat heet - net als bij een hoogleraar - met emeritaat. En een oude generaal noemt zichzelf 'buiten dienst'; 'leraar b.d.' lijkt me een mooie titel.

En in het algemeen zou ik tegen oudere leerlingen willen zeggen: word je eigen leraar.
En laat vervolgens de leraar in jezelf en de leerling in jezelf los.


====================================================================

Ben ik dan geen boeddhist meer, is me al gevraagd?
De tijd dat ik met trots zei "Ik ben boeddhist !", is wel voorbij.
Maar feitelijk meer dan ooit.

Mediteer ik dan niet meer?
Soms, als ik er zin in heb, zonder doel.
En misschien wel in het nieuwe groepje van Ron Sinnige , dat Zen is maar ook Geen Zen.
Als daar Zen-onzin wordt verkocht, negeer ik dat gewoon. Want ik blijf ook lezen, nu staat op mijn lijst: 'Thoughts Are Not the Enemy: An Innovative Approach to Meditation Practice '  door Jason Siff (zie Amazon.com )
Denken mag weer, ook in de meditatie; dat is goed nieuws!

====================================================================

Conclusion  (uit Jayarava's Raves )
...
"Teneinde de stelling
   'Het doel van meditatie is om de geest te cultiveren als
    een geschikt instrument om de ultieme aard van de werkelijkheid te ontdekken
'
in overeenstemming te brengen met ervaringen van meditatoren en van teksten uit het vroege boeddhisme, moet deze stelling geherformuleerd worden in:
   Het doel van de meditatie is om een geest te cultiveren als
    een geschikt instrument om de aard van de ervaring te ontdekken.
"
(Vertaling, vet en onderstreping van mij, Joop R.;
verder onvertaald:)

"Discovering the ultimate nature of reality is not the purpose of meditation, or at least it wasn't traditionally. It is not what meditation is good for in practice, in the sense that meditators don't report knowledge of the nature of reality. What's worse is that when Buddhists do start to talk about the nature of reality they very often have obviously naive views that are rooted in reading certain types of books, rather than being grounded in experience. Or they expound the nature of reality in one breath and then tell us that reality is ineffable in the next (which is simple confusion). There are more interesting discussions of how the doctrine of pratītyasamutpāda might describe reality, but it's been a few years since I found this kind of discussion compelling. The resultant reality is far too vaguely defined, ambiguous and poorly understood to be of much use to anyone. It's better to refrain from treating pratītyasamutpāda as a Theory of Everything and apply it in the domain of experience where it makes most sense.

Reality is not something that meditation is going to help with. Meditation is ways about exploring experience and/or cultivating experiences. So often the Buddha is supposed to have said: I teach suffering, the cause of suffering, the end of suffering, and the way to end suffering. That's it.

While I've explored the drift of Buddhist thought into the realms of ontology - of reality, what exists etc - in various essays now, I'm confident that, over the course of Buddhist thought, the methods and what they were capable of hardly changed at all (except for once when tantric practice emerged - but event that can be understood in terms of older paradigms with some thought). Of course Buddhist narratives did get caught up with ontological thinking and I expect that a closer examination would show that ideas about 'reality' emerged only once the concept of reality was admitted. This is certainly the drift of the changes wrought in response to the problem of Action at a Temporal Distance. And what happened was the doctrine decohered from practice for a time.

Probably the horrendous fudge of the Two Truths helped to bring the idea of a paramatha-dhātu or -loka into being. When you combine ontological thinking with notions of parama it's probably inevitable. It's one of the reasons I disparage the Two Truths doctrine - it facilitates wrong views. I don't think it had any significance in the first 1000 years of Buddhism, but of course that still leaves it with a long history.

What we look for in the long term is a strong coherence between Buddhist practice and doctrine; in fact we look for doctrine yoked to and driven by practice. When that is missing we are due for reform.
"


dinsdag 16 september 2014

Recente Nederlanse boeddhistische onzin (Adharma)

Aan de inhoud van het boeddhisme, de Dharma dus, worden allerlei invullingen gegeven.
Over de verschillen worden diverse verklaringen gegeven (die van 'vaardige middelen', upaya, bijvoorbeeld) maar ik wil er één uitlichten: men beweert iets zonder de Dharma over dit thema bestudeerd te hebben. Men verkondigt onzin dus.
Daarvan kwamen de afgelopen dagen een paar voorbeelden langs.
Drie ervan wil ik nomineren.

De Boeddhistische Omroepstichting Stichting (BOS) organiseerde destijds jaarlijkse achterbandagen waarin de kijkers/luisteraars feedback konden geven op de programma's van het afgelopen jaar en er werd verteld over de programma's van het komende jaar. Daarna is het gelikter geworden, feedback-loos.
Nu heet het BOS-Boeddhadag. Zie het  programma  voor de komende dag (5 oktober).
Hieruit: "De dag staat in het teken van Bardo, een term uit het Tibetaans boeddhisme. Bardo is een staat van overgang, een tussenfase of transitie. De BOS in een overgangsfase. Wij stoppen als omroep vanaf 2016. Dit betekent dat de BOS naar nieuwe bestaansvormen zoekt om haar missie voort te zetten. Wat betekent het om in een tussenfase te verkeren binnen de media, als boeddhistische religie in het westen, als westerse maatschappij, maar ook in cultureel en individueel opzicht? "
Wie het programma verder leest kan zien dat het helemaal niet over 'bardo' gaat die dag, gelukkig maar, want om het einde van de BOS als publieke omroep te vergelijken met de bardo-staat is m.i. brutale onzin. (Zou Gertjan Mulder toch nog actief zijn in de BOS?)


Als tweede noem ik een uitdrukking van Jules Prast in z'n blog De Reset-Knop.
De intro: "Wie niet in staat is zich vrij te maken voor een weg van persoonlijke zuivering, kan zich door de ethiek van de Boeddha laten inspireren maar leeft als een bombu in samsara."
Van 'samsara' weet ik veel, van de term 'bombu' een beetje (David Brazier aka Dharmavidya heeft er leuk over geschreven). Maar deze concepten combineren is m.i. dharmische onzin.
Het maar in deze zin suggereert een tegenstelling, maar tussen wat en wat? Onbegrijpelijk.

Jules Prast had trouwens toch z'n dag(en) niet in het afgelopen weekend.
In z'n blog De mores in de boeddhistische blogosfeer maakte hij melding van mail die hij had gekregen over z'n mening dat de Dalai Lama echt gezegd zou hebben de laatste te zijn, tegenover een andere mening dat hij dat niet gezegd heeft.  En miept: " In de openbare meningsvorming onder boeddhisten in het Nederlandse taalgebied wordt er teveel achter elkaars rug om gemopperd en te weinig transparant met elkaar gediscussieerd." Volgens mij was deze hele blog 'over the top.' En volgens anderen gaat het niet over twee meningen die gelijkwaardig t.o.v. elkaar staan maar over een mening tegenover een gefundeerde analyse. Zoals bv die uit  Tricycle van 10 september


Als derde nomineren we hoofdredacteur Joop Hoek van het Boeddhistisch Dagblad in z'n artikel 'Dalai Lama plaatst China in een lastig parket ': 
' Hij (de Dalai Lama) is de Louis van Gaal van het Tibetaans boeddhisme. Verander de opstelling en je bent zo leider van een winnend team.'    BD van 11 september .
Je kan je afvragen: waar gaat dit over? Laat ik het maar gewone BD-onzin noemen.

Het BoeddhistischDagblad verdient m.i. bovendien een poedelprijs voor de meest onwaarschijnlijke canard, die echter niet over het boeddhisme gaat, dus buiten mededinging blijft.
Met een bericht over een uitspraak die de Dalai Lama gedaan zou hebben over president Poetin van Rusland met het artikel 'Dalai Lama kritisch op Poetin '. 'Uitspraak'? Noem het maar een aanval. Zie BD van 9 september .
Mijn overtuiging: de Dalai Lama is echt niet zo politiek naïef om zoiets gezegd te kunnen hebben.
Waarschijnlijk vond de hoofdredacteur dat bij nader inzien ook wel, want het artikel verdween zonder mededeling daarvan aan de lezers van de website. Maar kwam er (na vragen van mij) na een paar dagen stilletjes weer op terug met het volgende toelichting: "Dit bericht verscheen eerder op deze site, maar is door een technische storing (het zgn. Fat Finger Syndrome) verdwenen. Daarom is het nu op nieuw geplaatst ... " Geniaal excuus!


De (of een, er kan altijd iets actueels tussen komen) volgende blog wordt weer serieus.
Ik bestudeer al een tijdje de 'Katha-Vatthu ', één van de boeken uit de Abhidhamma van de Pali Canon. Meestal wordt het vertaald als 'Points of Controversy'.
Omdat ik wel wat heb met controversen, intrigeert het me, en biedt steun voor m'n stelling: vroeger waren de Aziatische boeddhisten helemaal niet zo bang voor een stevige discussie als de Nederlandse boeddhisten anno nu.

maandag 8 september 2014

Conflicten onder ogen durven zien, ook bij vipassana-organisaties – Analyse, vragen en aanbevelingen

Op 27 augustus verschenen er op de website van *OpenBoeddhisme* (OB) twee artikelen over een lang lopend conflict tussen het Bestuur van de SIM plus een aantal van de 'groep van Veertien' vipassana-leraren ( info ) enerzijds en leraar Guus Went anderzijds.
In onderstaande beschouwing heb ik naast kritiek op de actoren in dit conflict ook wel wat te zeggen over de OB-artikelen zelf.
Dat laatste neemt niet weg dat ik zeer blij ben dat het nu naar buiten is gekomen.
Te lang heeft het conflict onzichtbaar voor de buitenwereld (maar ook voor meditatoren !) voortgewoekerd.
Of deze openbaarheid de oplossing versnelt, weet ik niet, maar dat is de vraag niet.
De vraag is: durven we, met al onze metta-gevoelens, conflicten onder ogen zien?

Ik noem het 'een conflict' maar de gebeurtenissen van de afgelopen anderhalf jaar kunnen ook beschreven worden als 'een verzameling van pijnlijke processen.'
Het beste kunnen de artikelen zelf gelezen worden:  [de link http://openboeddhisme.nl/geen-wijsheid-zonder-ethiek-en-concentratie/ - artikel Guus Went -   en de link http://openboeddhisme.nl/stichting-inzichts-meditatie-handelt-in-strijd-met-eigen-ethisch-drieluik/ - artikel redactie OB - werken momenteel niet) .
Het is mogelijk dat er na het verschijnen van deze blog van mij nog nieuwe artikelen op de website van openboeddhisme.nl over deze processen verschijnen. Eventueel geef ik een update.

========================================================================

Wat is er feitelijk aan de hand?

Er is een lijst van 'SIM-leraren ', d.w.z. die leraren die (regelmatig) voorkomen in de 'Agenda', op zowel de website als de papieren (drie maal per jaar verschijnend) versie genaamd 'Simsara'.
Service voor degenen die mogelijk naar een retraite willen, zo heb ik steeds duidelijk als 'gebruiker' ervaren.
En dus niet primair service, of meer, voor de leraar die naamsbekendheid nodig heeft.

Er staan op de 'Agenda' van de SIM twee soorten retraites:
* Door de SIM georganiseerd;
Hiervoor gelden de 'Algemene voorwaarden en informatie' ; dat is niet het geval bij:
* Niet door de SIM georganiseerd
De retraites van Guus Went behoorden tot de tweede categorie; ik heb van hem vijf aankondigingen van vijfdaagse retraites gevonden, van begin 2012 tot zomer 2013.

De vraag is wie het recht heeft te bepalen of een retraite in de 'Agenda' wordt opgenomen? En wie in het verlengde daarvan bepaalt of een leraar die met enige regelmaat meditatoren van zulke retraites begeleidt, in de lerarenlijst wordt opgenomen? Statutair is dat - voorzover ik weet - niet specifiek geregeld, dus geldt de algemene statutenregel: dan beslist het bestuur.

En het bestuur van de SIM heeft zomer 2013 besloten, al dan niet voldoende gemotiveerd,
Guus Went en de door hem zelf georganiseerde retraites niet langer in de agenda op te nemen, en van de lijst te verwijderen.
En dat pikte hij niet.   Dat is er aan de hand.


========================================================================

Hoe vind je een retraite, en hoe geef je bekendheid aan een retraite?

Omdat het niet in de artikelen van Guus Went of de redactie van OB staat en ook verder nauwelijks beschreven is (daarvoor is het voor de insiders te evident) een poging om te beschrijven hoe het er met het gaan naar een retraite aan toe gaat.
Ik heb de nodige ervaring met het me inschrijven en bezoeken van retraites (wel en niet die van de SIM, in het binnenland en elders in Europa) en éénmalig ook met het organiseren van een retraite.

Vanuit de 'gebruiker', degene die naar een retraite wil: die zoekt op de diverse agenda's: die van de BUN ( http://boeddhisme.nl/agenda/retraites.html ), die van het BoeddhistischDagblad (http://boeddhistischdagblad.nl/agenda/ ), die van Bodhitv (http://www.bodhitv.nl/agenda/ ) en die van BoeddhaMagazine (http://boeddhamagazine.nl/agenda/ ). Of hij/zij gaat naar de website van organisaties die vaak retraites organiseren zoals de SIM (http://www.simsara.nl/agenda/ ) of SanghaMetta (http://sanghametta.nl/programma-en-activiteiten ) en nog een paar andere met Theravada-grondslag, want daar hebben we het over ('Mindfulness' laat ik dus buiten beschouwing).
Uiteraard is er een overlap tussen deze agenda's, maar dat weet je pas als individuele bezoeker als je er geweest ben.

Je schrijft je in (als er nog plaats is) en betaalt de gevraagde bijdrage. In de meeste gevallen is dat voor voeding, huisvesting en andere organisatiekosten zoals reiskosten voor de leraar. De 'beloning' voor de Dhamma de leraar in de retraite heeft geschonken is in de meeste gevallen (en zo is het ook het sterkst overeenkomstig de intenties bij de Theravada) in de vorm van te geven 'dana' achteraf, een gift zonder een bepaalde hoogte. De meeste leraren hebben ook een baan (of ZZP-constructie) als inkomstenbron, als echte inkomstenbron in de meeste gevallen.
Sommige leraren behouden de dana zelf, andere schenken het weg, bijvoorbeeld aan hun klooster/sangha.   Daarnaast is er soms voor de uit vrijwilligers bestaande staf ook dana.

Van de kant van degenen die een retraite organiseren is de beschrijving min of meer het spiegelbeeld van het bovenstaande: of de leraar zelf of een organiserende groep om de leraar heen meldt de retraite aan, marketing is tegenwoordig belangrijk, meestal wordt in zoveel mogelijk media aangemeld. En op de eigen website die de meeste leraren tegenwoordig ook hebben. En tijdens andere bijeenkomsten of retraites worden flyers uitgedeeld en vaak gaat er een mailing uit. Kortom: het vergt inspanning, behalve bij beroemde leraren.

Nog een aparte opmerking over de lijst van leraren van de SIM: ik heb in de loop der jaren heel wat mensen gesproken (soms ook geadviseerd) over een retraite-gang; maar naar die lijst werd nooit verwezen, zelf kijk ik er alleen met een professionele blik wel eens naar. Die speelt dus geen rol in de 'marketing' van een retraite.

Internet-jargon: ik spreek van de website van de SIM, de SIM doet dat ook. Het artikel van OB heeft het echter over 'webportal', een niet op feiten gebaseerde opwaardering. Een 'Portal '  is  "een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp."  Is simsara.nl niet

========================================================================

Een begin van een analyse van 'het conflict'

Ik heb niet gehoord wat de visie van het bestuur van de SIM op de gang van zaken is, maar uit het verslag van Guus Went plus de informatie gebracht door de redactie van OB krijg ik de indruk dat dit procedureel gezien slordig en menselijk gezien bot is gegaan. Maar wellicht zijn er allerlei subtiliteiten die ik (nog) niet ken en mijn (voorlopige) oordeel zouden beïnvloeden.

Dit is de tweede ervaring met het wel of niet op de lijst houden van een leraar. Beide keren was het problematisch. Januari 2011 heeft Adi Ichsan (ook een van de 'veertien') geprobeerd Stephen Batchelor van de lijst verwijderd te krijgen; de toenmalige SIM-voorzitter Dingeman Boot heeft die aanval afgeslagen. (Vanuit m'n waardering voor Batchelor als inspirerend seculier boeddhist heb ik me toen ook zeer actief opgesteld; de email-uitwisseling hierover bewaar ik zuinig, had ik ook wel een blog van kunnen maken.)
Er is dus alle reden toe, in de statuten van de SIM een duidelijke regeling te treffen. Want linksom of rechtsom moet er een mogelijkheid zijn dat de SIM aan de bezoekers van haar website en lezers van haar blad duidelijk maakt of een bepaalde leraar aanbevelenswaardig is.

Er speelt nog een ander thema. De laatste jaren ontstaan er op steeds meer plaatsen in het georganiseerde boeddhisme adviesraden van leraren naast (of boven) de besturen. Bij de BUN is er een gekomen, de stichting Vipassana Centrum Nederland kent er een; en in feite blijkt nu ook het SIM-bestuur een of meer leraar-adviseurs te hebben. Ik vind dat een ongewenste ontwikkeling. De SIM bv is een seculiere organisatie (een service-organisatie), geen sangha; een raad van leraren erboven/naast is ongewenst, de besluitvorming wordt er troebel door. Op z'n minst moet die besluitvorming precies worden geregeld maar dan nog vind ik het overbodig: bestuursleden van een stichting als de SIM zijn toch ook wel Dhamma-fähig?

Inhoudelijk maar ook beleidsmatig speelt er nog meer: de spirituele erfenis van Bhikkhu Mettavihari:
• Sinds 2006 werken ’De Veertien’ aan richtlijnen die afwisselend met Handleiding leraar Vipassana in de Tipitaka-traditie, Handleiding voor Vipassana leraren in de Nederlandse Mahasi Sayadaw traditie en Samenvatting Handleiding Leraren Vipassana Meditatie worden aangeduid.
...
• ‘Indien iemand zonder goedkeuring van een gekwalificeerde leraar zelf als Vipassana leraar aan de slag gaat, kan hij/zij niet melden dat hij/zij binnen onze Nederlandse Vipassana gemeenschap gekwalificeerd is,’ aldus de Samenvatting (19 september 2010).
Bron: 'Samenvatting '

In plaats van de quasi-diagnostische en te persoonlijke term 'psychisch labiel', àls die echt als etiket is gebruikt, had beter een meer functionele term als 'ongekwalificeerd' gebruikt kunnen worden, omdat daarna een kwalificatie-traject denkbaar is. Bijvoorbeeld door gedurende een bepaalde periode retraites te geven samen met een ervaren leraar; want een uitstekende meditator zijn (met hoge niveaus van realisatie / nana's) is wat anders dan een goed leraar zijn.

Ik krijg de indruk, maar mogelijk klopt dat feitelijk niet, dat Guus Went als 'ongekwalificeerd' werd beschouwd in bovenbedoelde zin.   Het probleem is:
  Uit wie bestaat in bovenstaand citaat 'de Nederlandse vipassana gemeenschap' ?
En is er vipassana (of andere vormen van Theravada-boeddhisme beoefenen) buiten die 'gemeenschap' waarmee die 'gemeenschap' wel kan samenwerken?

Aan de andere kant vind ik het (niet positief bedoeld) nogal reïficerend als de redactie van OB als schijnbaar objectieve informatie stelt "Boersma ... behoort tot de Raad van Acht die aan het hoofd van de Mettavahari Heritage Sangha staan ". Dit zijn entiteiten die alleen in de hoofden van sommige mensen bestaan. Dit is taal die meer bij het Tibetaans boeddhisme past.

Maar voor het geval dat het die kant uitgaat (ik denk het niet, daarvoor zijn de verschillen tussen 'de Veertien' te groot), dan herinner ik aan (het laatste deel van) m'n blog van een paar weken geleden, met als vraag:  Is dit mijn sangha? .

======================================================================

Nog meer vragen

Wat er de afgelopen jaar - vanaf maar ook voor de bestuursvergadering van 2 juni 2013 - precies gebeurd is, blijft voor mij onduidelijk, ook omdat het SIM-bestuur tot nu tot geen beschrijving van de feitelijke gebeurtenissen (vertrouwelijk houdend wat vertrouwelijk moet blijven) heeft gegeven.
Was er op die vergadering een besluit of een 'voorlopig besluit' genomen waarvoor nog een apart 'uitvoeringsbesluit' nodig was zoals de redactie van OB schrijft? Was Paul Boersma adviseur en is dus het SIM-bestuur verantwoordelijk voor zijn activiteiten richting Went of was hij als leraar relatief autonoom in bv het gesprek dat hij kennelijk met Guus Went heeft gehad en de mail die hij aan z'n collega-veertieners heeft verstuurd? Was Paul Boersma op de bestuursvergadering van 2 juni 2013 aanwezig zoals OB stelt maar Guus Went niet? Is de functie 'bestuursadviseur' nieuw, want ik had er nooit eerder van gehoord en hij staat niet in Simsara/Organisatie ?

Overigens: ik begrijp ook niet waarom Paul Boersma het besluit van het SIM-bestuur (om Guus Went van de lijst te verwijderen) aan de andere leraren van de 14 heeft doorgegeven; was hij adviseur namens de 14 of op persoonlijke titel? En ik begrijp niet dat hij dit zonder afschrift aan Guus Went heeft gedaan. Alleen betwijfel ik het effect hiervan op 'reputatieschade' het afgelopen jaar: er is buitengewoon vaardig gezwegen.
Ik beweeg me toch ook intensief in het vipassana-wereldje en had tot voor een paar weken geleden geen vermoeden dat er een conflict tussen het SIM-bestuur en Guus Went was. Mijn schatting is dat van de paar honderd tot duizend mensen (er zijn elke maand wel een paar retraites ergens in Nederland en op elke retraite komen gemiddeld een stuk of twintig mensen; en wie overweegt, gaat niet altijd echt) die het afgelopen jaar overwogen naar een retraite te gaan, hoogstens een paar procent er weet van heeft gehad.

Met name over de mediatie vind ik het verslag van Guus Went (en de aanvulling daarop van de redactie van OB, op basis van informatie van Guus Went of uit andere bronnen) onduidelijk. Wat is er noodzakelijk geheim en wat mag best openbaar zijn? Mogen bv de thema's die beide partijen als mediatie-onderwerpen hebben aangedragen, niet openbaar zijn? Was het de bedoeling dat een lid van de Ethische Commissie als deelnemer van de partij SIM aan de mediatie mee zou doen, of zou zij als een soort derde partij moeten deelnemen; en wie heeft de suggestie (van de EC in die richting) afgewezen? Wanneer heeft Guus Went - wat hij kennelijk heeft gedaan - een advocaat ingeschakeld en wanneer heeft die in een brief aan de SIM voor het eerst van zich laten horen, was dat tijdens het mediatie-proces? Is zo'n interventie toegestaan gedurende het mediatie-proces? Valt alles wat Guus Went heeft geschreven buiten de geheim-verklaring van de mediatie, of is die vervallen na het mislukken (is er formeel van mislukken sprake?) van de mediatie? Waarom had Guus Went eenvoudig niet kunnen zeggen: de opinie als dat ik 'psychisch labiel' zou zijn wens ik niet op de lijst van mediatie-thema's, en zou het er daardoor ook niet op gekomen zijn? Heeft de mediator hem niet gezegd: bij 'onderhandelingen' (mijn term) zoals een mediatie op een bepaalde manier is, hoeft een partij niet bij voorbaat iets 'weg te geven', en dus mogen ze proberen dit aan de orde te stellen; dat (een punt laten vallen) kan tijdens het proces?

Hoort een deel van de mededelingen van Guus Went in zijn essay niet tot de vertrouwelijkheid van de mediatie? Wat was nu eigenlijk het gebied van de mediatie: zakelijk (het economische gevolg van niet meer op de lijst staan etc) of psychologisch-relationeel (in de zin van: hoe mensen met elkaar, en m.n. met hem, omgaan)? Een economisch conflict of een vecht-scheiding? En wie heeft die twee door elkaar gehusseld?
Het verslag dat de redactie van OB van dit mediatie-proces geeft, suggereert dat de mediator het proces niet goed in handen had. Vindt Guus Went dit ook en heeft hij (of zijn advocaat) dat ook aan de mediator of aan de instantie die daar over gaat, gemeld?

======================================================================

Een persoonlijke, een juridisch/economische en een ideologische kant van 'het conflict'

Het begon heel persoonlijk, over verliefd worden als ik het goed begrepen heb uit het essay van Guus Went; maar dat zit dicht bij 'dit wil ik niet weten'.
Na het concept-besluit van het SIM-bestuur verdween dit naar de achtergrond.
Het conflict heeft naast de juridische/economische kant waar OB vooral op in gaat en de relationele en psychologische kant dat zo ongeveer de helft van het essay van Guus Went vormt ook een ideologische kant.
Ik doel met 'juridisch/economisch' bijvoorbeeld de zin “De belangen van de … en de …en ... zijn nauw met elkaar verweven: persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel, financieel en commercieel” in het OB-artikel. 'Persoonlijk, bestuurlijk, institutioneel'; daar kan ik me - het wereldje een beetje kennend - iets bij voorstellen, maar van 'financieel en commercieel' (verweven zijn) wordt geen schijn van bewijs geleverd.

======================================================================

Is een kort geding on-boeddhistisch?

Nog een opmerking over de juridische kant van het essay van Guus Went. Na z'n beschrijving van het mediation-proces (dat ik op talloze punten procedureel en inhoudelijk niet begrijp) komt het bij het thema 'kort geding'. Hij zegt: "Het SIM-bestuur stelt een eventueel kort geding te beschouwen als 'niet passend binnen de beginselen van de boeddhistische traditie'... "
Of het SIM-bestuur dit echt heeft gesteld, weet ik niet. Maar hoe te bepalen of dit correct is? Dat kan op twee manieren:
- Hoe ging en gaat het er aan toe in het hart van de Theravada-traditie, in de klooster, bij conflicten tussen monniken? Dat wordt minutieus in de Vinaya geregeld. Volgens mij kan er daarbij wel een punt komen, bij bepaalde misdrijven dat het klooster een monnik aangeeft bij de wereldlijke heerser. Dus pertinent tegen juridische procedures is de traditie in dit opzicht niet. Maar dat een monnik een kort geding aanspant tegen z'n abt, is ondenkbaar.
- De meer softe moderne benadering van het lekenboeddhisme dat men onderling de zaken met metta en respect voor elkaar bespreekt (dus niet van 'een conflict' spreken), zuiver sprekend en onthecht van eigenbelang met elkaar omgaat; en alleen in het uiterste geval een wijze boeddhistische leraar als scheidsrechter inschakelt. Of dat laatste wenselijk is, is de vraag.

======================================================================

Ideologie, d.w.z. opvattingen over vipassana en andere aspecten van het Achtvoudige Pad

Dan de ideologische kant: de strijd tussen 'alleen vipassana' en 'Theravada is meer dan vipassana' (ik simplificeer een beetje)
Hierop gaat Guus Went zelf uitgebreid in; z'n betoog hierover vormt de andere helft van z'n essay. Ook al omdat hij mij als getuige (a charge of a decharge, weet ik eigenlijk niet, ik ben geen jurist) citeert, wil ik dat ook doen.
(Guus Went noemt trouwens ook Adi Ichsan als een soort getuige, of verwante; dat vind ik interessant, met Adi in één rijtje te staan, al kan ik het me wel voorstellen: Adi heeft ook een fundamentele opvatting over 'de zuivere leer')
Het is de vraag of de andere partij het ooit als een ideologische strijd heeft gezien. Vermoedelijk heeft men (SIM of sommige van 'De veertien') zijn opmerkingen als symptoom van onterechte superioriteit gezien. Of, nog erger, men kreeg het gevoel dat hier de geest van voorheen Dhammawiranatha sprak. Ik speculeer hier, het zijn 'wilde duidingen', dat realiseer ik me.
Hoe dan ook: ik vind het leuk op zijn essay te reageren.

De drieslag ethiek – concentratie – wijsheid die hij gebruikt, vind ik nooit zo gelukkig. Het is een vereenvoudiging van de acht aspecten van het Edele Achtvoudige Pad ( zie Wikipedia ).
Maar bovenal: deze driedeling is niet bruikbaar om het spanningsveld vipassana (toepassen van 'juiste sati') versus concentratie (toepassen van 'juiste samadhi') weer te geven: die vallen beide onder 'concentratie'.
En dan nog: wijsheid kan je niet beoefenen, het is een resultaat, althans het aspect 'juiste inzicht' er van. Het aspect 'juiste gedachten' (samma sankappa, juiste intenties) is trouwens ook behoorlijk ethisch van aard, ook al is het formeel geen 'sila'.
Wordt de ethiek verwaarloosd in de vipassana? Verre van dat; vaak worden twee niveaus onderscheiden:
*  het beginnersniveau, het wereldse: bij elke toevluchtname worden ook
   de 'vijf leefregels' voorgenomen.
*  in het meer gevorderde stadium gaat het om inzicht in heilzame en onheilzame
   fenomenen: ethiek via de achtzaamheid dus.
“Alleen uit concentratie komt wijsheid voort “, stelt Guus Went. Ik realiseer me dat ik nu los van de kontekst citeer maar dit is m.i. niet correct. Precieser: het is incompleet; als er zou staan:
“Ook concentratie is nodig voor wijsheid ”, dan zou ik wel akkoord gaan, van harte zelfs.

Guus Went is voorstander van de 'echte vipassana a la Mahasi Sayadaw'. Ik vind het prima als er ook dit soort retraites in Nederland komt, maar bepaald niet alleen. Mijn voorkeur gaat uit naar het meer pluriforme model van Spirit Rock, waarover Jack Kornfield een paar jaar geleden zo bevlogen heeft gesproken. Ik heb het al eens geciteerd maar doe het hieronder nog eens. Uit  'TheBuddhadharma '

Toen ik dit verleden jaar tijdens de 'Vriendenmiddag' in Deventer benadrukte, zei het bestuur (Ansink en Gijsen) het daarin met mij eens te zijn. Nu nog steeds, neem ik aan.
Die middag ging over het initiatief een Vipassana Meditatie- en Studiecentrum ergens in Nederland te realiseren. Een idee dat al een paar jaar leefde.
In zijn beschouwing beschrijft hij ook zijn initiatief (een verband dat ik niet eerder heb gelegd gezien), een bepaalde in Birma woonachtige Duitse monnik uit te nodigen regelmatig naar Nederland te komen "als mentor (althans één van de mentoren) van een in Nederland op te richten Dhamma-centrum."  De term 'mentor' komt mij hier merkwaardig voor, het lijkt meer op een soort 'patroon'. Ook de timing (al een zwaar ideologisch stempel drukken nog voordat de discussie over wat voor een soort meditatie-centrum-gebouw we willen, op gang gekomen is) lijkt me niet zo gelukkig gekozen.

======================================================================

Terug naar het pijnlijke conflict met Guus Went
Drie vragen:

Kunnen we helpen?


Met 'we' bedoel ik hier degenen om wie het gaat: de mediterenden, de retraite-bezoekers.
De geschiedenis terugdraaien naar de situatie voor juni 2013 of oktober 2013 bijvoorbeeld lijkt me niet mogelijk.
Kunnen we, als niet-leraar, doen wat Guus Went juni 2014 aan de leraren heeft gevraagd: “Ik doe een beroep op de leraren om hun vermogens aan te wenden om de bestuurders van de SIM terug bij de les — namelijk het Ethisch Drieluik — te brengen“  ? Waar is dat, bij de mediatie?

We kunnen wel het bestuur adviseren, toe te geven dat er enige 'onhandigheden' (een eufemisme) zijn geweest zoals het uit teveel uit de eigen kring samenstellen van de Ethische Commissie, waardoor Guus Went (naast het kennelijk onvermijdelijke verwijderen van de lijst) onnodig leed is berokkend. En toegeven dat er leermomenten zijn (zie onder).

Mediterenden kunnen zelf de website van Guus Went bestuderen en zelf beslissen of ze naar een van zijn retraites gaan.
Het zou goed zijn als hij op deze website ook over dit conflict schrijft,
net zo als het goed zou zijn als de SIM er op haar website over schrijft!

Moet er op korte termijn iets gebeuren?

Moet dit personele consequenties voor het SIM-bestuur hebben?
Aftreden van Hans Gijsen is voor mij niet nodig. Wel moet men haast maken met de opvolging van de bestuursleden waarvan de maximale termijn verstreken is (of de statuten wijzigen): niet zozeer met goede meditatoren of goede organisatoren maar met goede bestuurder(s).
En wel lijkt het me beter dat Hans Gijsen per direct stopt met het secretarisschap van de stichting Vipassana Centrum Nederland, deze tweepettigheid is niet langer wenselijk.

Heb ik ook een advies voor Guus Went? Ik denk dat hij moet kiezen:
- Of denken: laat ze allemaal de ... (ik denk: de tering) krijgen, ik wil niets meer
   met ze te maken hebben, heb m'n eigen website en organiseer m'n eigen retraites,
   net zo als een aantal andere leraren dat doen. Liefst samen met anderen,
   want collegiale toetsing is nooit weg
- Of een kort geding aanspannen tegen het bestuur van de SIM en eisen:
   (a) weer opgenomen te worden in de lijst van leraren; en
   (b) weer vermeld worden van z'n retraites in de agenda van Simsara.

Kunnen we hier van leren?

Hierboven heb ik al een paar suggesties voor meer precies regelen van een aantal zaken in de SIM-statuten gedaan (besluitvorming wie op 'de lijst' van Simsara komt, rol van bestuursadviseur)

Veel fundamenteler is het probleem hoe te checken of iemand een goede leraar is; en wel in combinatie met een ander thema: de SIM moet geen monocultuur (niet slechts Mettavihari-leraren, of slechts Mahasi-leraren of slechts ... wie dan ook) hebben?
De methode van de 'Mettavihari Heritage Sangha' is te beperkt, betreft alleen de eigen groep. Er moet een breder kader komen. De werkwijze van de 'Handleiding', ook genoemd 'Samenvatting' is onvolledig, omdat hij niet op alle leraren betrekking kan hebben.
Mijn voorstel: laten we de werkwijze van Spirit Rock (California) bestuderen en op Nederlandse schaal toepassen, zie Teacher Training at Spirit Rock

Tenslotte moet m.i., zo snel mogelijk, de huidige lijst van leraren (van de website) verwijderd worden. Er kan in de komende jaren een nieuwe worden opgebouwd, als daar behoefte aan is, met duidelijke criteria en procedures.

======================================================================

Voor de formele duidelijkheid: ik heb vele jaren bij Paul Boersma gemediteerd. Deze tekst heb ik zonder enig overleg met hem geschreven. En ik blijf hem, ondanks enige twijfel over zijn bestuurlijke rol, als mijn kalyana mitta beschouwen.

======================================================================

BIJLAGE

Uit ‘ This fantastic, unfolding experiment. Establishing the Insight Meditation Society and Spirit Rock ’ door Jack Kornfield ; een paar zinsdelen door mij vet gemaakt.

“ When we started IMS, it was primarily a Mahasi-oriented center. I brought in the flavor of Ajahn Chah as well. But because Joseph (Goldstein) and Sharon (Salzberg) had done most of their practice through the Burmese lineages of Mahasi Sayadaw and of U Ba Khin, and we shared this training, this is mainly what we taught. From the very beginning we offered the practices of both Mahasi Sayadaw and U Ba Khin, with Ruth Denison and John Coleman leading retreats.
...
When we started, the first principle that we got right —partly out of necessity (or out of desperation)— was that we would do collective teachings . One can see that the centers that have had the most difficulty have invested all the power in just one teacher. Often that person gets terribly isolated, and, as you know, many dharma centers in the West have suffered in some fashion or another due to the misconduct of their primary teacher.
...
The second principle that we got right —and I was a passionate advocate for this— was having multiple lineages . Even though there was a Mahasi lineage through Munindra, Mahasi Sayadaw, Dipa Ma, and Asabha Sayadaw that we shared at IMS, it was very important from the beginning that we invite other lineages and teachers. So early on we invited Christopher Titmuss and Christina Feldman—people who had studied with Ajahn Buddhadasa, Ajahn Dhammadoro, Ajahn Chah, and other teachers. From my own experience, it was healthier for both students and teachers alike to have access to a range of dharma teachings and perspectives. This is an underlying principle at Spirit Rock as well.
The Buddha is often described as the master of many skillful means. Gradual and sudden, outer and inner, form and emptiness were all aspects of his teaching. A wise teacher, and a wise center, needs to offer a whole range of skillful practices, because people come along at different stages of their inner development, with different temperaments, and with different sets of problems. If we limit ourselves to one technique, it will only serve certain people and it won’t be helpful to others. Diversity of practices is an underlying vision at IMS that has also been carried through to Spirit Rock. On our retreats, though we use the basic instructions from Mahasi Sayadaw, we also draw from the teachings and perspectives of Ajahn Chah, Buddhadasa, U Ba Khin, and many others.
....
To preserve the strength of our tradition, the majority of our retreats teach vipassana and the four foundations of mindfulness. Many of our other retreats focus on the brahmavihara (the divine abodes of loving-kindness, compassion, sympathetic joy, and equanimity). Those are our two central streams of dharma practice. The third stream offers an integration of mindfulness practice with other aspects of our dharma vision. These retreats combine mindfulness and yoga, or mindfulness and the creative process, or mindfulness and loving-kindness and psychotherapy. In addition, we have hundreds of daylongs, which along with retreats provide the aspect of our mandala that has to do with integration and how we live. This would also include our Diversity Program, which is committed to offering the dharma to as diverse a population as possible; our Program for Socially Engaged Buddhists; our Family Program, for children and their parents; our Teen and Young Adult Program; and our Program for Yoga Teachers.
To keep Spirit Rock connected to the core of our Buddhist tradition, we made a rule that when people outside our lineage come here to teach retreats, they would always be joined by one of our teachers in order to connect their teachings to our practice. In this way our core practices of generosity, virtue, mindfulness, and loving-kindness are complemented by other lineages and skillful means. ...
So we have had wonderful retreats with Tsoknyi Rinpoche and both Ajahn Amaro and Guy Armstrong on different occasions.
While we are dedicated to preserving and sustaining the core teachings of our lineage, we are also willing to be innovators, as indicated by our willingness to learn from many lineages.
“

maandag 25 augustus 2014

Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische Tradities

Maak van de  Boeddhistische Unie Nederland (BUN)
     een      Federatie van Boeddhistische Tradities (FBT).
Dit voorstel staat in een brief die ik (tegelijk met het plaatsen van deze blog) heb gestuurd aan het bestuur en aan de 'werkgroep ongebonden boeddhisten' van de BUN.

De BUN verkeert al lange tijd in moeilijk vaarwater. De representativiteit en daarmee het gezag is gering in de totale boeddhistische gemeenschap. Als er binnen een boeddhistische organisatie een probleem of conflict is, zal niemand op het idee komen, de BUN te vragen mee te helpen bij de oplossing. De wisseling van bestuursleden van de BUN is hoog, deze zomer is er weer een nieuwe voorzitter gekomen, iemand van de in ogen van niet-Tibetaans-boeddhisten ongemakkelijke organisatie omdat de leraar daarvan (Sogyal R.) berucht is vanwege zijn niet van vrouwelijke leerlingen af kunnen blijven. Zie m'n blogje over deze nieuwe voorzitter.
En zie de Special van *OpenBoeddhisme* over deze leraar.

De BUN tobt al jaren met het verschijnsel van wat zij noemen 'ongebonden boeddhisten', maar wat beter genoemd kan worden 'ongeorganiseerde boeddhisten', of - nog beter -
'niet bij een fysieke sangha aangesloten boeddhisten'.
Om dat probleem (welk probleem?) op te lossen is verleden jaar opnieuw een werkgroep in het leven geroepen die met een aantal (zover ik weet: 3) 'ongebondenen' gesprekken heeft gevoerd; met mij alleen in de vorm van een email-uitwisseling.
Zie mijn blog van april 2014 , getiteld
' Waarom de ongeorganiseerde boeddhist niet 'ongebonden' genoemd moeten worden;
  en waarom de BUN eerst weg moet voor er iets anders kan komen '.

Op de Agenda van de Ledenvergadering d.d. 7 juni 2014 van de BUN stond over dit onderwerp vermeld:
"10. Stand van zaken werkgroep ongebonden boeddhisten
     a. De werkgroep heeft 30 mei 2014 een tussentijdse rapportage aan het
         bestuur gezonden. Bespreking verdere procedure.
"
De rapportage was niet bijgevoegd en is nog steeds niet openbaar gemaakt; ook de 'verdere procedure' is niet bekend.

Van andere orde en minstens even groot is het probleem dat HET boeddhisme niet bestaat.
De verschillen tussen de tradities (afkomstig uit verschillende Aziatische landen en een enkele die zich een Westerse traditie noemt) zijn groot. Groter dan de overeenkomsten al worden concepten als 'Vier Edele Waarheden' en 'De Drie Karakteristieken' (welke drie, daarover zijn ze het ook niet eens?). De één heeft het bij voortduring over de 'BoeddhaNatuur', terwijl de ander daarvan kortweg zegt dat die niet bestaat.
Maar ook over de meest elementaire vraag: wat is het doel van de boeddhistische beoefening, wat is 'verlichting'('ontwaken') zijn ze het niet eens; dit is trouwens lastig te constateren want men spreekt daar nauwelijks over.
Daarnaast is de cultuur van de diverse sangha's nogal verschillend. Bijvoorbeeld de discussiecultuur, bij de een is discussie (zeker met de leraar) not done, bij de ander is dit juist onderdeel van het leerproces.


Nu de meer technische kanten van m'n voorstel:
De BUN wordt van een vereniging van sangha's een federatie van een aantal 'tradities' die zichzelf op een wijze zoals zij dat willen, organiseren. Sommige 'tradities' zullen de voorkeur geven aan de stichting- of verenigingsvorm, andere kunnen een meer informele vorm kiezen, als ze maar kans zien afgevaardigden voor de federatieraad aan te wijzen.

Welke 'tradities'? Gebruikelijk is in Nederland de drieslag:
* Theravada (inclusief vipassana);
* Zen en Chan, inclusief het Vietnamese boeddhisme en 'Leven in Aandacht';
* Tibetaans boeddhisme;
Daarnaast zijn er in Nederland:
* Triratna en het daarmee te vergelijken BC Haaglanden;
* Bij het Tibetaans boeddhisme zijn er ook de op Dorje Shugden gerichte groepen waar
   anderen het moeilijk mee hebben en zo weinig mogelijk mee te maken willen hebben;
* Nichiren en mogelijk daarmee te vergelijken scholen;
* En tenslotte de niet bij een fysieke sangha aangeslotenen: seculiere en niet-seculiere
   boeddhisten, inclusief (maar niet als kern) de Vrienden van het boeddhisme.

Zeven zijn dat er en veel meer leden van de nieuwe Federatie (formeel ook een vereniging al zou strikt genomen een stichting ook kunnen, maar dat is minder wenselijk) kan ik mij niet voorstellen.
Mogelijk andere vormen van Chinees boeddhisme (naast Chan)?

PS   De BOS is nu ook lid van de BUN, dat zal in 2016 echt afgelopen moeten zijn,
       dit was toch altijd al een weeffout.

Een voordeel van het federatiemodel is dat de tradities elkaar niet meer de maat hoeven te nemen (wat moet een Theravadin bv nu met de in zijn/haar ogen bizarre discussie over Shugden? Wat moet een Tibetaan met de discussie of mindfulness of samatha of metta wel of niet een vorm van vipassana is?)

Verder groeit alles vanzelf in dit model: de leden van de Federatie (de tradities dus) bepalen wat de bevoegdheid is van het bestuur van de federatie.
Ik denk eigenlijk dat dit federatiebestuur geen andere taak heeft dan het organiseren van de bijeenkomsten (halfjaarlijks?) van de Federatieraad.

De overeenkomsten die de BUN over boeddhistisch geestelijke verzorging heeft gesloten met het ministerie van Veiligheid en Justitie en met de Vrije Universiteit zullen in ieder geval onderwerp van bespreking en waarschijnlijk aanpassing moeten zijn.
Tenslotte moet het eerste nieuwe bestuur van de Federatie (ik denk: per 1-1-2016) niet bestaan uit leden van het huidige BUN-bestuur.

Eenvoudiger kan het toch allemaal niet?

========================================================================

Update 27 augustus

Uit de wijze van aankondigen zal duidelijk zijn dat onderstaande tekst niet van mij is. Op twee punten wil ik expliciet een andere mening geven:
* Ik zie onvoldoende bewijs voor wat genoemd wordt 'de seksuele escapades van Sangharakshita'
* Ik reken boeddhistische organisaties in mindere mate dan Rob Hogendoorn af op de escapades van hun leraren omdat het leraar zijn van een persoon sowieso niet zo'n indruk op mij maakt.

Verder heb ik vertegenwoordigers van twee van de zeven door mij (niet persé uitputtend) onderscheiden 'partners' van een toekomstige Federatie nog eens apart op dit voorstel gewezen. Namelijk die partners waar ik het meeste affiniteit mee heb: de eerste (Theravada) en de zevende (Hen zonder fysieke sangha en de 'Vrienden')


Update 25 augustus

Een per mail ontvangen commentaar van Rob Hogendoorn dat om technische redenen niet via het reactieformulier geplaatst kon worden. Om deze reden plaats ik (Joop R) het hier, cursief.

"Eén van de 'ongebonden' met wie deze BUN-commissie (leden: Aad Verboom, Olivier Provily, Henk Dofling, Stijn Bunschoten) sprak was ik.

De term 'ongebonden' is feitelijk onjuist, en naar mijn mening zelfs opzettelijk misleidend. Ik geef daarom de voorkeur aan 'individuele, niet-georganiseerde boeddhisten' en doel daarmee op personen die zich niet aansluiten bij een Nederlandse boeddhistische organisatie.

Daarvoor hebben zij vaak heel goede redenen. Het betekent per se níet dat ze geen deel zouden kunnen uitmaken van een (internationale) sangha of gemeenschap. De term 'ongebonden' suggereert onwil die voortkomt uit vrijblijvendheid. Ik denk dat die suggestie bewust wordt gewekt: het georganiseerd-zijn geeft sommigen een streepje voor.

Dit terzijde: ik heb de BUN-commissie (14 augustus 2014) laten weten dat ik niet langer beschikbaar ben voor gesprekken over de eventuele inbreng van individuele, niet-georganiseerde boeddhisten in de BUN.

Dat ik niet geloof dat deze commissie binnen de BUN enige verandering teweeg gaat brengen — de huidige BUN-leden piekeren er niet over hun 'macht' met anderen te delen — is daarbij van ondergeschikt belang.

De reden is simpel: ik wil persoonlijk helemaal niets te maken hebben met een organisatie die aanhangers van Sogyal Lakar en Rigpa (voorzitter Michael Ritman, bestuurslid Daan Meerburg) de ruimte geeft het voorzitterschap en bestuurslidmaatschap te bekleden en te domineren.

Bij mijn kennismaking vroeg ik de commissieleden of al bekend was wie de nieuwe BUN-voorzitter zou worden. Hoewel de kandidaat bekend was (Henk Dofling was lid van de sollicitatiecommissie), is me toen niet verteld wie hij was. Zou me toen zijn verteld dat de keuze op een Rigpa-kandidaat was gevallen, dan zou ik me onmiddellijk hebben teruggetrokken.

Al zou het BUN-lidmaatschap mogelijk zijn, van zo'n organisatie wíl ik geen lid zijn. Andere individuele, niet-georganiseerde boeddhisten raad ik af zo'n — volstrekt hypothetisch — lidmaatschap zelfs maar te overwegen. De commissieleden adviseerde ik hun eigen inzet nog eens goed te overdenken.

Om kort te gaan: ik wil de BUN geen moment met mijn aanwezigheid of inbreng legitimeren, zelfs niet als gesprekspartner van een (vrijblijvende) commissie. Wie zich afvraagt waarom ik dit standpunt inneem kan het best zelf op onderzoek uit gaan. Ik gaf de commissieleden daarvoor wat aanknopingspunten. Maak bijvoorbeeld een grondige studie van de seksuele escapades van:

• Sogyal Lakar (ook wel: Sogyal Rinpoche) van Rigpa;
• Chögyam Trungpa († 1987) en Ösel Tenzin († 1990) van Shambhala;
• Kalu Rinpoche († 1989) en zijn huidige tulku van het Naropa Instituut;
• Ole Nydahl van Diamantweg Boeddhisme;
• Dennis Genpo Merzel van Kanzeon, Zen Spirit, Zen River;
• Namkha Rinpoche van Rigdzin Community Nederland;
• Sangharakshita van Triratna (voorheen: Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde).

Dat hierover in Nederland zo goed als niets bekend is zegt eigenlijk alleen dat de meeste journalisten (boeddhistisch of niet) die over boeddhisme schrijven tot nu toe hun werk niet goed doen. In het Engels taalgebied is over deze leraren een enorm aantal publicaties en informatieve websites te vinden. Lees voor een uitzondering in Nederland het artikel 'De meester staat zijn leerlingen zeer na' van Marije van Beek in Trouw (26 juni 2014).

De hierboven genoemde organisaties zijn (of in het geval van het Naropa Instituut: was) alle BUN-lid. Dit brengt het totaal aantal BUN-leden dat rechtstreeks door deze seksuele escapades wordt geraakt op minstens negen. Dat die organisaties een moeizame, getroubleerde relatie hebben met het onderwerp seksueel grensoverschrijdend gedrag / seksueel wangedrag / seksueel misbruik is zacht uitgedrukt. Het maakt het onderwerp binnen de BUN feitelijk onbespreekbaar.

Samen met anderen streef ik inmiddels naar het op- en inrichten van een onafhankelijk meldpunt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag in boeddhistische kring. Met 'onafhankelijk' bedoel ik in ieder geval 'onafhankelijk van de BUN'. Als ik één organisatie dit onderwerp niet toevertrouw is het de BUN, namelijk. Zoals ik de commissieleden in overweging gaf: hoe kan het zijn dat seksueel verkeer met leerlingen binnen organisaties zoals Rigpa en de BUN níet taboe is, maar een discussie over seksueel misbruik wel?

Ik gaf de commissieleden uitdrukkelijk te kennen dat ik van hen verwacht dat zij de bestuursleden en leden van de BUN niet alleen informeren over het feit dat ik me terugtrek, maar ook over de redenen die daarvoor heb gegeven. Om die reden voel ik me vrij om mijn bezwaren hier te herhalen. Als journalist en wetenschapper zal ik de BUN vanzelfsprekend kritisch blijven volgen en in voorkomend geval, net als voorheen, gelegenheid tot wederhoor blijven bieden. Wie meer over het bovenstaande wil weten kan me via mijn eigen website benaderen: http://robhogendoorn.nl.
"

zaterdag 9 augustus 2014

Een andere ervaring en de vraag: is dit mijn sangha ?

De komende tijd zal ik - deels opgedrongen door een onaangename realiteit - wat meer over het beoefenen van 'vipassana-meditatie ' schrijven en over de organisatie daarvan in Nederland.
Als aanloop een citaat uit het boek 'Verlichting in een lege verpakking '
door Paul van der Sterren. Zie  zijn boek op z'n website

Van de website van de uitgever (Samsara) van dit boek neem ik dit citaat van van der Sterren  over:
" Het huis van de boeddha
Een stille steeg in het centrum van Amsterdam. Een smalle deur, bekroond met een Aziatisch ogende versiering, die door een onzichtbare hand geopend wordt als je op de bel drukt. Een steile trap, die doorloopt naar de tweede verdieping, met halverwege een klein platform waarop links een deur, rechts een schoenenrek. Terwijl je hier je veters losmaakt proef je al de zware wierooklucht in de kamer naast je. Je hoort de stilte die er hangt. Schoenloos betreed je een goed verzorgde, spaarzaam verlichte ruimte. Zachte vloerbedekking, gele muren en plafond, links en rechts ramen met lichte gordijnen die het toch al schaars binnenvallende zonlicht nog verder temperen. Je pakt een meditatiekussentje van de stapel tegenover de deur en gaat ergens zitten, eventueel voorafgegaan door drie buigingen voor het grote boeddhabeeld op de getimmerde verhoging vóór het raam aan de straatkant. Dit is het altaar. Behalve het beeld staat er een wierookvat op, enkele vazen met bloemen en nog wat kleinere dingen die hun betekenis niet direct prijsgeven.
Meestal zitten er al wat mensen, in meditatiehouding, zwijgend, de ogen gesloten, het gezicht naar de boeddha. Niemand reageert op je binnenkomst, zoals jij ook niet opkijkt als er na jou weer anderen binnenkomen. Een paar minuten na de officiële aanvangstijd slaat degene die ‘voorzit’ op een gong en begint de meditatie.
Dit ritueel, soms voorafgegaan door een kopje koffie in een café op het Rokin als ik erg vroeg was, heb ik acht jaar lang een of meerdere keren per week doorlopen. Eerst als lichtelijk afwerende, ietwat angstige, maar tegelijkertijd nieuwsgierige en gefascineerde ‘beginner’, later als trouwe bezoeker, lid van de ‘harde kern’ van mediterenden, en nog weer later als ‘voorzitter’, of zoals we dat meestal noemden meditatiebegeleider. Het was een activiteit die structuur, richting en zin aan mijn leven gaf, ongrijpbare, maar o zo onmisbare zaken voor een mens. Bovendien was de meditatie zelf in veel opzichten de perfecte opvolger van datgene wat tot dan toe centraal had gestaan in mijn leven: het schaakspel. Dezelfde betovering, hetzelfde lokkende perspectief van steeds ‘beter’ te worden, steeds verder te komen, steeds meer aanzien te krijgen. En in een verre, schijnbaar onbereikbare verte, lonkend het hoogste ideaal: in het ene geval het wereldkampioenschap en daarmee de volmaakte beheersing van het schaakspel, in het andere geval de verlichting en daarmee de volmaakte levenskunst. Zo was het nog een stap voorwaarts ook, want het idee om na een leven van sportieve ambitie nu op een spiritueel (dus hoger) plan te zijn aanbeland leverde een uiterst aantrekkelijk zelf- en wereldbeeld op. Een prachtige volgende stap op mijn levenspad. Vaarwel damegambiet, welkom vipassana. Zeer, zeer bevredigend.

De Buddhavihara, het huis van de boeddha, bestaat nog steeds, zij het onder een andere naam. In die tijd was het zowel vipassana meditatiecentrum als (voornamelijk door Chinezen bezochte) boeddhistische tempel, twee functies die vaak en soms letterlijk dwars door elkaar heenliepen. Zo kon het voorkomen dat er tijdens een druk bezochte meditatiezitting werd aangebeld door een gezelschap Chinezen die de tempel even een half uurtje nodig hadden om te offeren en de boeddha om raad te vragen. Gek genoeg was dat nooit een probleem. De vipassana kent geen verstoringen en absorbeert eenvoudig elke situatie die zich voordoet. Ook de Chinezen namen er geen aanstoot aan dat er wat vreemde snoeshanen in hun tempel bleven zitten alsof er niets aan de hand was. Het begrip privacy zei hun waarschijnlijk niets.

Zoals ook in het schaken was ik in de vipassana een ijverige en serieuze student. In het begin veroorzaakte vooral de zitmeditatie heel wat pijn, maar omdat je daaraan went en er vanzelf mee leert omgaan kreeg ik al gauw het idee dat ik vorderingen maakte (dat werd me ook verteld) en begon ik me een hele piet te voelen, zeker nadat ik een keer een hele dag met een groep gevorderden had gemediteerd. Na een jaar deed ik dan ook een belangrijke volgende stap in de vorm van een intensieve retraite van zeven dagen. Daar voelde ik me al snel weer helemaal tot nul gereduceerd. Na één dag was ik al niet meer in staat langer dan tien minuten te blijven zitten en ook de loopmeditatie was een hel. De maaltijden en de schaarse rustperiodes ook trouwens. Ik wilde naar huis, maar bleef toch, doordrongen van het besef dat er nog een lange, lange weg vóór me lag. En dat schrok me niet af, integendeel zelfs, het trok me juist aan. De prikkel van de uitdaging en de verleiding van het perspectief hadden me stevig in hun greep.
Zo ontwikkelde zich een mooie rechte lijn. Enkele maanden later deed ik wéér een retraite, daarna nóg een, en nog een en nog een...
Onvermijdelijk onderga je dan allerlei merkwaardige en soms zeer indringende ervaringen, die je vervolgens belangrijk vindt en die weer het idee doen ontstaan dat je vooruitgaat. Een heerlijk gevoel! Na een paar jaar begon ik mee te helpen bij de opvang van nieuwkomers, werd ik zelf meditatiebegeleider, uitlegger, leraar. Een veelbelovende nieuwe carrière kwam op gang.

En op een goede dag, heel plotseling eigenlijk, was het allemaal voorbij. Na acht jaar vol inzet, vertrouwen en enthousiasme te hebben gemediteerd, begeleid en geleraard hield het op. De motor pruttelde even en stond toen stil. Definitief. Ik verliet het huis van de boeddha en zei de meditatiewereld vaarwel.
..."


Het citaat en het boek gaan verder grotendeels over het nieuwe thema waar Paul van der Sterren sindsdien mee bezig is: de Advaita, ook wel genoemd Advaita Vedanta, de Hindoeïstische vorm van nondualiteit. Daar wil ik me niet mee bezig houden, daarom volg ik hem verder niet in dit boek.
De geschiedenis van deze beoefenaar, die als hij door was gegaan ook een van 'de Veertien' door de Thaise monnik Mettavihari benoemde leraren ter opvolging van hem ('de Vijftien' dan dus) was geworden'. Maar echter met de vipassana klaar was. Ik niet of ik nog niet.


Mijn kennismaking met de vipassana vond plaats in hetzelfde gebouw als door Paul beschreven: toen genaamd 'Buddhavihara ', in de Pieterspoortsteeg. (Daarna heette het een tijdje 'SanghaMetta' en nu 'Dhammadipa')
Een kennismaking een paar jaar na dat van Paul, lijkend op zijn kennismaking, en in de vorm van een gesprek met hem.

Naar aanleiding van het verschijnen van dit boek vond er een interview plaats op 13/4/2013 voor de BOS Radio in het programma Hemelsbreed door Jeannette Werkhoven. Luister hier  (vanaf 22'35" in het algemeen en 31'33" over de vipassana)  naar het programma.

=======================================================================

Nog een andere ervaring.
In 2007 schreef de bekende Amerikaanse leraar en pionier Jack Kornfield een enthousiast artikel over de gang van zaken aan het IMS en in Spirit Rock.
Zie www.thebuddhadharma.com/web-archive/2007/6/1/this-fantastic-unfolding-experiment.html
Ik heb het al eens eerder (begin 2013) geciteerd, toen ik nog enthousiast was over een op te richten ‘ Vipassana Meditatie- en studiecentrum ' (maar niet over de naam).
Een centrum waarin bijvoorbeeld ook Stephen Batchelor welkom is en waar ook samatha-meditatie gegeven wordt.
Hoewel het in Nederland natuurlijk op veel kleinere schaal moet dan in de V.S., is deze beschrijving nog steeds mijn ideaal.

=======================================================================

"De veertien', schreef ik hierboven, vrij achteloos.
Meer daarover op een splinternieuwe website, gevonden via een artikel in   *OpenBoeddhisme* , horend tot die onaangename realiteit waar ik mee begon, maar waar ik pas later (in september denk ik), op in ga.
De website van (of voor?) wat genoemd wordt de  "Mettavihari Heritage Sangha "

'Van' of 'voor' ?
Op de homepage staat o.a."De site van een groep leraren gekwalificeerd in het onderricht van Vipassana of inzicht meditatie "; ondertitel is: "Mettavihari Heritage Sangha".
Uit het lezen van deze - nog maar voor een klein deel gevulde website - wordt me niet duidelijk wie nu eigenlijk die sangha-leden zijn: de 14 vipassana-leraren of (alle participanten in) alle groepen op de website genoemd? In de menulink 'Organisatie en structuur' wordt onderscheiden:
* Buddhavihara Landsmeer,
* de Stichting Inzichts Meditatie (SIM),
* de stichting SanghaMetta (van Jotika),
* de Groep van Leraren; en
* de Lokale Zitgroepen.
Waarom niet andere vipassanagroepen en andere leraren genoemd? Waarom alleen Buddhavihara in Landsmeer en niet andere in Nederland gevestigde Theravada-Tempels genoemd worden, (of waarom ueberhaupt een tempel en niet alleen vipassana-organisaties) vind ik vreemd; de oorzaak is waarschijnlijk het feit dat Adi Ichsan (een van de 14) daar ook actief is; zie  m'n blog van november 2013 .
Het lijkt al met al wel erg weinig op de beschrijving door Jack Kornfield, steeds minder eigenlijk.


De vraag kan nog niet beantwoord worden.
Dat geldt ook de - voor mij - veel belangrijkere tweede vraag: wil ik bij deze sangha horen ?
(In feite geen 'sangha' in de Theravada-betekenis van het woord, maar een conglomeraat van ingewikkeld met elkaar interacterende groepen en personen)
Ik mediteer al jaren in één van de 'Lokale Zitgroepen' (in Amersfoort) bij een van de 'Veertien' (Paul Boersma), dus het zou kunnen.
Maar wil ik het ook? Is die 'sangha' met het centraal stellen van Mettavihari niet teveel naar het verleden gericht? En is (het bestuur van) de SIM het hier mee eens?
Het antwoord daarop geef ik pas als er meer over die onaangename realiteit duidelijk is geworden.
Hopelijk wel dit jaar nog.


Update 21 augustus
* Ik heb inmiddels begrepen dat het bestuur van de SIM zich buigt over bovengenoemde eerste vraag.
* De website vipassana-nederland.nl bevat inmiddels de volgende disclaimer: " Aan deze site wordt gewerkt en is nog niet toegankelijk voor het publiek. Dat er nu al iets zichtbaar is wordt veroorzaakt door mijn onkunde. Uit de nu al zichtbare inhoud kunt u beter nog geen conclusies trekken over het uiteindelijk resultaat. De sitebeheerder "
Wat ik (Joop R) hierover schreef, is dus voorwaardelijk.




maandag 21 juli 2014

Angulimala moordenaar

Update 23 juli
Zojuist heb ik m'n tekst 'Póetin moordenaar' ingetrokken en verwijderd (was: http://joopromeijn.blogspot.nl/2014/07/poetin-moordenaar.html)

Onderstaande tekst was vooral bedoeld om duidelijk te maken dat ik vind dat je een moordenaar een moordenaar moet kunnen noemen.
Of Poetin dat in feitelijke zin is, weet ik niet (meer); al denk ik nog steeds dat hij bloed aan z'n handen heeft.

Maar daar ging het me niet om.
Het ging me om het uiting geven aan m'n boosheid en m'n overtuiging dat ook boosheid een gevoel is dat niet onderdrukt hoeft te worden, dat dat zelfs niet wenselijk is.
Het wordt pas haat als ik in die boosheid zou blijven; en dat is niet het geval, merk ik.
Maar sommigen begrijpen duidelijk het onderscheid tussen boosheid en haat niet (al geef ik toe dat ik ook mezelf wat dit betreft wel wantrouw).

En vandaag rouw ik, net zo als ik dat gisteren en eergisteren deed.


===============================================================

Het kan altijd nog goedkomen (zelfs met mij). Zie het verhaal van Angulimala, waarvan ik hier alleen het begin citeer.
Maar de dingen moeten wel bij de naam genoemd mogen worden.

En verder: Niet alleen het tonen van 'verdriet' of 'machteloosheid' is spiritueel (boeddhistisch) correct, ook het hebben van 'boosheid'.
De kunst is, die boosheid noch uit te leven noch te onderdrukken.


MN 86: Aṅgulimāla Sutta

"<347> 1. Aldus heb ik gehoord. De Gezegende verbleef eens in Anāthapiṇḍika’s Bosklooster, in het Bos van Prins Jeta nabij Sāvatthī.

2. En in die tijd was er een bandiet in het koninkrijk van Kosala, het rijk van Koning Pasenadi, die Aṅgulimāla heette en wreed was, met bebloedde handen, die toegewijd was aan moord en vernietiging, zonder genade voor levende wezens. En hij maakte dat dorpjes tenietgedaan werden, dat marktstadjes tenietgedaan werden, dat het platteland tenietgedaan werd.(1) Hij was voortdurend mensen aan het vermoorden, en droeg een krans van [aaneengeregen] vingers.

De Boeddha Bezoekt Aṅgulimāla

3. En toen, in de ochtend, kleedde de Gezegende zich aan, nam zijn schaal en overkleed, en ging Sāvatthī binnen voor aalmoesgiften. Toen hij in Sāvatthī een aalmoesronde had gelopen en daarvan teruggekeerd was en zijn maaltijd genuttigd had, bracht hij zijn verblijfplaats in orde, nam zijn schaal en overkleed, en vertrok op de weg die naar de bandiet Aṅgulimāla leidde. En koeienherders, schaapherders, boeren en reizigers zagen de Gezegende lopen op de weg die naar de bandiet Aṅgulimāla leidde, en zeiden tegen hem: "Volg deze weg niet, monnik, want op deze weg bevindt zich de bandiet Aṅgulimāla, die wreed is, met bebloedde handen, die toegewijd is aan moord en vernietiging, zonder genade voor levende wezens. Hij maakt dat dorpjes tenietgedaan worden, dat marktstadjes tenietgedaan worden, dat het platteland tenietgedaan wordt. Hij is voortdurend mensen aan het vermoorden, en draagt een krans van [aaneengeregen] vingers. Monnik, groepen van tien man, twintig man, dertig man, veertig man en vijftig man zijn langs deze weg gegaan, en zelfs zij vielen in de handen van de bandiet Aṅgulimāla." En nadat dit gezegd was, ging de Gezegende zwijgend verder.

En een tweede keer... En een derde keer zagen koeienherders, schaapherders, boeren en reizigers de Gezegende lopen op de weg die naar de bandiet Aṅgulimāla leidde, en zij zeiden tegen hem: "Volg deze weg niet, monnik, want op deze weg bevindt zich de bandiet Aṅgulimāla... Monnik, groepen van tien man, twintig man, dertig man, veertig man en vijftig man zijn langs deze weg gegaan, en zelfs zij vielen in de handen van de bandiet Aṅgulimāla." <348> En de Gezegende ging zwijgend verder.

4. En de bandiet Aṅgulimāla zag de Gezegende van verre aankomen, en dacht: "Het is opzienbarend, het is verbazingwekkend! Groepen van tien man, twintig man, dertig man, veertig man en vijftig man zijn langs deze weg gegaan, en zelfs zij vielen in mijn handen. En toch komt deze monnik alleen en zonder metgezel hierheen, alsof hij zich een weg baant. Zou ik dan die monnik eens het leven ontnemen?" En toen pakte de bandiet Aṅgulimāla zijn zwaard en schild, bond zijn boog en pijlkoker om [zijn bovenlijf], en rende de Gezegende op korte afstand achterna.

5. En toen verrichtte de Gezegende zo'n prestatie van magische kracht, dat de bandiet Aṅgulimāla, zo hard lopend als hij kon, niet in staat was de Gezegende, die op een normaal tempo liep, in te halen. En toen dacht de bandiet Aṅgulimāla het volgende: "Het is wonderbaarlijk, het is verbazingwekkend! Voorheen haalde ik rennende olifanten in en pakte ze vast, ik haalde rennende paarden in en pakte ze vast, ik haalde rijdende rijtuigen in en pakte ze vast, ik haalde rennende herten in en pakte ze vast; maar toch kan ik nu deze monnik die op een normaal tempo loopt niet inhalen, ook al ren ik zo hard als ik kan!"(2) En hij stond stil en zei tegen de Gezegende: "Stop, monnik, stop!"

"Ik ben al gestopt, Aṅgulimāla. Stop jij ook eens!"

En toen dacht de bandiet Aṅgulimāla het volgende: "Die monniken, zonen van de Sakyas, spreken de waarheid, handhaven de waarheid. Maar deze monnik zegt, terwijl hij loopt: 'Ik ben al gestopt, Aṅgulimāla. Stop jij ook eens!' Zal ik hem dan eens [daarover] ondervragen?" <349>

6. En toen sprak de bandiet Aṅgulimāla de Gezegende in vers toe:

"Al lopend, monnik, zeg je dat je bent gestopt,
En over mij, stilstaand, dat ik niet ben gestopt.
Ik vraag je, monnik, naar de betekenis hiervan:
Hoe is het, dan, dat jij bent gestopt en ik niet?"

"Voor altijd gestopt ben ik, Aṅgulimāla,
Voor alle wezens heb ik geweld afgezworen.
Maar jij bent onbeheerst jegens levende wezens;
Daarom ben ik wel gestopt en jij niet."

"Eindelijk dan, is deze hoogvereerde Wijze,
Naar dit bos gekomen om de waarheid te vertellen.
Het vers over Dhamma heb ik nu gehoord,
En ik zal verder leven met het kwade opgegeven."

Zo sprekend, nam de bandiet zijn wapens,
En wierp ze in een kloof, een afgrond, een ravijn.
En hij vereerde de voeten van de Gelukkige,
En verzocht daar, op die plek, het weggaan in thuisloosheid.

En de Boeddha, de Wijze vol mededogen,
Die leraar van de wereld, met al haar goden,
Zei toen tegen hem: "Kom, monnik."
En zo was het dat hij een monnik werd. <350>

....
"

Bron: www.suttas.net/suttas/majjhima-nikaya/mn86-angulimala-sutta.php

donderdag 17 juli 2014

Een boeddhistische verklaring over ecologie – ter bestudering en ondertekening; ook voor Peacemakers

De Zen Peacemakers De Lage Landen (dat is Vlaanderen en Nederland) houden van 21 tot 30 juli een retraite over 'Zen en Ecologie ' .
Ik vind het jammer dat de Peacemakers zich tamelijk exclusief als Zen manifesteren, gezien hun terminologie (bv 'geest houder') en rituelen: dat werpt een drempel op.
Wel ben ik geïnteresseerd in en bezorgd over de ecologie; daarom ben ik blij dat de deelnemers onder ander in deze retraite van een recente tekst van David Loy over 'Helende Ecologie ' gaan bespreken. Waarschijnlijk in de vorm van de samenvatting ervan door Jelle Seidel.

Het artikel van Seidel op de website van de 'Vrienden van het boeddhisme ' bevat meer dan studiemateriaal.
Er is ook een link opgenomen naar een mogelijk te ondertekenen 'Buddhist Declaration ', opgesteld door o.a. David Loy en de bij Theravadins zeer bekende Bhikkhu Bodhi .
De Dalai Lama was een van de eerste ondertekenaars. Zie de Link naar de Declaration

Nu zeg ik niet dat de deelnemers aan de retraite aan het eind ervan allemaal de 'Declaration' moeten ondertekenen. Maar ik vind wel dat geëngageerd boeddhist meer moet zijn dan het hebben van mooie gedachten en opvattingen, en ook gepoogd moet worden iets te doen aan onrecht of in dit geval dreigende ecologische catastrofe.
Een gevolg van een discussie (zie voetnoot *) over actiebereidheid van Nederlandse Peacemakers bracht me tot het initiatief dit 'Buddhist Declaration' van Loy en Bodhi te vertalen. Bij deze:

=====================================================================

Een boeddhistische verklaring over klimaatverandering

De onderstaande verklaring geeft een unieke spiritueel beeld van de klimaatverandering en onze dringende verantwoordelijkheid om de oplossingen aan te dragen. De verklaring is voortgekomen uit de bijdragen van meer dan 20 boeddhistische leraren van alle tradities aan het boek 'A Buddhist Response to The Climate Emergency ' .
Het werd samengesteld als een inter-boeddhistische verklaring door Zen leraar dr. David Tetsuun Loy en senior Theravadin leraar Ven. Bhikkhu Bodhi met wetenschappelijke input van Dr John Stanley.
De Dalai Lama was de eerste om deze verklaring te ondertekenen. Wij dringen er bij alle betrokken leden van de internationale boeddhistische gemeenschap op aan, om het document te bestuderen en om hun stem te laten horen door het ook te ondertekenen, aan het einde van deze pagina.


De tijd om te handelen is nu
Een Boeddhistische Verklaring over Klimaatverandering


Vandaag leven we in een tijd van grote crisis, geconfronteerd met de ernstigste uitdaging die de mensheid ooit heeft gekend: de ecologische gevolgen van ons eigen collectieve karma. De wetenschappelijke consensus is overweldigend: menselijke activiteit is veroorzaakt ecologische afbraak op planetaire schaal. Speciaal de globale opwarming van de aarde gaat veel sneller dan eerder werd voorspeld; het meest duidelijk op de Noordpool. Honderdduizenden jaren lang was de Noordelijke IJszee bedekt met een gebied van zee-ijs zo groot als Australië, maar nu smelt dit snel weg. In 2007 voorspelde het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dat de Noordpool vrij van de zomer zee-ijs zou kunnen zijn in 2100. Het is nu duidelijk dat dit binnen een decennium of twee zou kunnen gebeuren. Groenland's enorme ijskap is ook sneller dan verwacht aan het smelten. De stijging van de zeespiegel deze eeuw zal minstens een meter bedragen, genoeg voor overstromingen van vele kuststeden en vitale rijstbouwgebieden zoals de Mekong Delta in Vietnam.

Over de hele wereld worden gletsjers snel steeds korter. Als de huidige economische beleid doorzet, zijn de gletsjers van het Tibetaanse Plateau, de bron van de grote rivieren die water voor miljarden mensen in Azië leveren, waarschijnlijk halverwege deze eeuw verdwenen. Ernstige droogte en mislukte oogsten zijn er al in Australië en Noord-China.
Belangrijke verslagen – van het IPCC, de Verenigde Naties, de Europese Unie, en de International Union for the Conservation of Nature – zijn het erover eens dat, zonder een collectieve richting-verandering, de groeiende schaarste aan water, voedsel en andere middelen hongersnood, gevechten over deze bronnen en massa-migratie kunnen creëren. En wel eerder dan midden deze eeuw, misschien in 2030, volgens de Britse belangrijkste wetenschappelijke adviseur.

De opwarming van de aarde speelt een belangrijke rol in andere ecologische crises, waaronder het verlies van vele planten- en diersoorten die deze aarde met ons te delen (biodiversiteit). Oceanografen melden dat de helft van het koolzuurgas dat vrijkomt door fossiele brandstoffen, is geabsorbeerd door de oceanen, de zuurgraad met ongeveer 30% verhogend. Verzuring verstoort verkalking van schelpen en koraalriffen, maar ook bedreigend voor de plankton-groei, de bron van de voedselketen voor de meeste leven in de zee.

Eminent biologen en VN-rapporten zijn het erover eens dat "op dezelfde voet doorgaan" ("business-as-usual") de helft van alle diersoorten op aarde binnen deze eeuw doet uitsterven. Gezamenlijk zijn we het eerste voorschrift – "geen levende wezens schade doen" – op zo groot mogelijke schaal aan het schenden. En we kunnen niet de biologische gevolgen voor het menselijk leven overzien als er zoveel soorten ('species') die onzichtbaar bijdragen aan ons eigen welzijn, verdwijnen van de planeet.

Veel wetenschappers hebben geconcludeerd dat het voortbestaan ​​van de menselijke beschaving op het spel staat. We hebben een kritisch stadium bereikt in onze biologische en sociale evolutie. Er is nooit een belangrijker moment in de geschiedenis geweest om de mogelijkheden van het boeddhisme uit te oefenen ten behoeve van alle levende wezens. De vier edele waarheden bieden een kader voor het diagnosticeren van onze huidige situatie en het formuleren van passende richtsnoeren – omdat de bedreigingen en rampen waar we voor staan ​​uiteindelijk voortkomen uit de menselijke geest, en daarom diepgaande veranderingen in ons denken ('mind') vereisen. Als persoonlijk lijden voort komt uit verlangen en onwetendheid – uit de drie vergiften van hebzucht, kwade wil en verwarring – geldt hetzelfde voor het lijden dat ons treft op collectieve schaal. Onze ecologische noodsituatie is een grotere versie van de eeuwige menselijke situatie. Zowel als individu en als soort lijden we aan een gevoel van 'zelf' dat niet alleen losgekoppeld voelt van andere mensen, maar van de Aarde zelf. Zoals Thich Nhat Hanh heeft gezegd: "Wij zijn hier om te ontwaken uit de illusie van onze afgescheidenheid." We moeten wakker worden en beseffen dat de Aarde onze moeder en onze thuis is – en in dit geval kan de navelstreng ons aan haar bindt, niet kan worden doorgeknipt. Wanneer de Aarde ziek wordt, worden wij ziek, omdat we deel van haar uitmaken.

Onze huidige economische en technologische relaties met de rest van de biosfeer zijn niet duurzaam. Om de ruwe overgangen het hoofd te bieden, moet onze levensstijl en moeten onze verwachtingen veranderen. Het gaat zowel om nieuwe gewoonten als om nieuwe waarden. De boeddhistische leer dat de algehele gezondheid van het individu en de samenleving afhankelijk is van innerlijk welzijn, en niet alleen op economische indicatoren gebaseerd, helpt ons de persoonlijke en sociale veranderingen te bepalen, die we moeten maken.

Op individuele schaal moeten we gedragingen aan gaan nemen dat het dagelijks ecologisch bewustzijn verhoogt en onze 'carbon footprint' verkleint. Degenen van ons in de hoogontwikkelde economieën moeten onze huizen en werkplekken herinrichten en isoleren ten behoeve van energie-efficiëntie; onze thermostaten in de winter lager zetten en in de zomer hoger; energie-zuinige lampen en apparaten gebruiken; ongebruikte elektrische apparaten helemaal uitzetten; de zuinigst denkbare auto's gebruiken; en de vleesconsumptie verminderen ten gunste van een gezond, milieuvriendelijk, plantaardig dieet.

Deze persoonlijke activiteiten zullen op zichzelf niet voldoende zijn om de toekomstige ramp af te wenden. We moeten ook institutionele veranderingen, zowel technologisch als economisch, bewerkstelligen. We moeten onze energie systemen zo snel mogelijk "ont-kolen" (“de-carbonize”) door fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare energiebronnen die grenzeloos, goedaardig en harmonieus met de natuur zijn. We moeten vooral met de bouw van nieuwe kolencentrales te stoppen, omdat steenkool veruit de meest vervuilende en meest gevaarlijke bron is van koolstof in de atmosfeer. Wijselijk gebruikt, kan windenergie, zonne-energie, getijdenenergie en aardwarmte alle elektriciteit bieden die we nodig zonder beschadiging van de biosfeer. Aangezien wel een kwart van de mondiale kooldioxide emissies afkomstig is van ontbossing, moeten we de verwoesting van de bossen keren, vooral het vitale regenwoud waar de meeste soorten planten en dieren leven.

Het wordt steeds duidelijker dat belangrijke veranderingen ook nodig zijn in de manier waarop ons economisch systeem is opgebouwd. Opwarming van de aarde is nauw gerelateerd aan de gigantische hoeveelheden energie die onze industrieën verslinden om in de niveaus van de consumptie te voorzien die velen van ons hebben geleerd en denken normaal te kunnen vinden. Vanuit het boeddhisme zou een gezonde en duurzame economie moeten worden beheerst door het beginsel van toereikendheid: de sleutel tot geluk is tevredenheid in plaats van een steeds toenemende overvloed van goederen. De drang om meer en meer te consumeren is een uiting van verlangen, precies dat wat de Boeddha heeft aangewezen als de oorzaak van het lijden.

In plaats van een economie die winst benadrukt en voortdurende groei vereist, om instorting te voorkomen, moeten we samen evolueren naar een economie die een voldoende levensstandaard voor iedereen biedt; terwijl het ons tegelijkertijd toestaat onze volledige (inclusief spirituele) potentieel te ontwikkelen in harmonie met de biosfeer die alle wezen onderhoudt en voedt, inclusief toekomstige generaties.
Als politieke leiders niet in staat zijn om de urgentie van onze wereldwijde crisis te onderkennen, of niet bereid om de lange termijn voordelen voor de mensheid boven het korte-termijn voordeel van fossiele brandstof multinationals te erkennen, moeten we ze wellicht uitdagen met aanhoudende campagnes van burgerlijke actie.

Dr James Hansen van NASA en andere klimatologen hebben onlangs de precieze doelstellingen gedefinieerd die nodig zijn om te voorkomen dat de opwarming catastrofale niveaus ("tipping points) bereikt." Het veilige niveau van kooldioxide in de atmosfeer mag niet meer dan 350 deeltjes per miljoen (ppm) zijn, om een duurzame menselijke beschaving mogelijk te houden. Deze doelstelling werd onderschreven door de Dalai Lama, samen met andere Nobelprijswinnaars en vooraanstaande wetenschappers. Onze huidige situatie is bijzonder zorgwekkend omdat het huidige niveau al 387 ppm is, met een stijging van 2 ppm per jaar. We worden uitgedaagd niet alleen om de koolstofuitstoot te verminderen, maar ook om grote hoeveelheden kooldioxide die al aanwezig is in de atmosfeer, er uit te halen.

Als ondertekenaars van deze verklaring van de boeddhistische principes erkennen wij de dringende uitdaging van de klimaatverandering. In overeenstemming met de boeddhistische leer accepteren wij onze individuele en collectieve verantwoordelijkheid om te doen wat we kunnen om dit doel, met inbegrip van (maar niet beperkt tot) de persoonlijke en sociale antwoorden, hierboven beschreven, te voldoen.

We hebben nog maar een korte periode (“window of opportunity”) om actie te ondernemen, om de mensheid voor de dreigende ramp te behoeden en om het voortbestaan ​​van de vele uiteenlopende en prachtige vormen van het leven op Aarde te verzekeren. Toekomstige generaties, en de andere soorten die de biosfeer met ons delen, hebben geen stem om te vragen om ons mededogen, wijsheid en leiderschap. We moeten naar hun stilte luisteren. Wij moeten ook hun stem zijn, en namens hen handelen.


=====================================================================

Tot zover de vertaling.
Degenen die het hiermee eens zijn, zouden hem ook kunnen ondertekenen.
Daarvoor verwijs ik naar de oorspronkelijk website-pagina omdat dit ondertekenen het best op één plek kan plaatsvinden: www.ecobuddhism.org/bcp/all_content/buddhist_declaration/
De regel 'Please check this if you are a recognized Buddhist teacher' zou ik maar negeren;
één van de twee hokjes daarvoor wel aanvinken; en naam, woonplaats, land, emailadres en eventueel sangha invullen.
En ' Sign the Declaration ' aanklikken !

Natuurlijk is dit ook symbolisch gedrag. Maar een volgende (meer activistische stap) kan volgen.

Wat gebeurt er met de 'handtekeningen' ?
Zie de achtergrondgegevens van de   eerste 5000 ondertekenaars , van  de sangha's ,
en  per land : al 119 Nederlanders en wij wisten van niks.
Voor verdere gegevens over de organisatie etc., zie hun homepage .

=====================================================================

Update 20 juli

Het artikel 'Healing Ecology' van Loy heeft een reactie opgeleverd in het 'Journal of Buddhist Ethics', geschreven door Grace Y. Kao ,  die nadrukkelijk van zichzelf zegt, Protestant Christen te zijn, en nadrukkelijk van zichzelf zegt vrouw te zijn, omdat dat doorwerkt in haar kritiek.
De titel: ' Moving Forward by Agreeing to Disagree: A Response to “Healing Ecology” '
Ik heb het nog maar vluchtig gelezen, maar mijn indruk is dat het belangwekkend en fundamenteel is. Kritisch, maar constructief; dat laatste zeg ik er maar bij omdat veel boeddhisten denken dat kritiek (altijd) destructief is.

=====================================================================

* Noot
Mijn kritiek op de filosofie van de Peacemakers heb ik eerder aldus geformuleerd:

" Een Peacemaker houdt zich – volgens de ideeën van Bernie Glassman - aan drie principes:
* niet-weten (not-knowing): het loslaten van vaste ideeën over jezelf en het universum
* erkennen wat is (bearing witness) ten aanzien van de vreugde en het lijden van de wereld
* liefdevolle actie (loving action) voor jezelf en voor anderen

‘Niet-weten’ is een typisch Zen-principe; al kan het een open geest hebben in het algemeen geen kwaad; in de Theravada bestaat 'onwetendheid' maar dat is wezenlijk iets anders.
'Liefdevolle actie' zou door iedereen gedaan moeten worden, soms individueel, soms collectief.

Blijft over het principe van 'bearing witness'; het (ik citeer) “ 'Erkennen wat is'. [Het] samenvloeien met een persoon, of het diep in je opnemen van een situatie om zodoende tot een wezenlijk contact te komen.“ Het is dit tweede principe waar de meeste bedenkingen tegen bestaan. Het is nogal eens exhibitionistisch, want graag gekoppeld aan publiciteit. Terwijl het derde principe (actie) bij projecten die ik ken in Nederland, ontbreekt: niet bij een Auschwitz-retraite, niet bij de aangekondigde Lampedusa-retraite, en ook niet bij de retraite eind deze maand over 'Zen en ecologie' (als dat wel zo is, hoor ik het graag).
"